Columns & opinies

Prutsende uitgevers 6

Noraly Beyer, als voorzitster van de jury van de Libris literatuurprijs is vrij lovend over het aanbod van dit jaar, zo schrijft zij in Boekblad. Alleen wat te weinig divers. Wat er dan te weinig divers aan is, wordt mij echter niet helemaal duidelijk. Wordt er teveel navel gestaard? Wordt er te weinig geschreven over andere maatschappelijke thema’s, dan persoonlijke treurnis? Ik haal het er niet uit.

Opvallend is wel dat uitgevers een veeg uit de pan krijgen. In de eerste plaats omdat sommige uitgevers blijkbaar bijdragen insturen die geen roman zijn. En de Libris literatuurprijs is toch ontegenzeggelijk bedoeld voor “nieuw verschenen oorspronkelijk Nederlandstalige romans voor volwassenen”. Toch worden er bijvoorbeeld memoires ingediend die niet eens pretenderen romans te zijn of zijn de verhalen dusdanig kort dat het eerder novellen zijn. Wat beweegt dan uitgevers die toch bijdragen insturen die een kritische Libris-toets niet zullen kunnen doorstaan? Niet geschoten is altijd mis? En als ik goed lees, dan kun je dat als uitgever rustig blijven doen. Immers ook al kraakt Beyer een kritische noot over dit soort inzendingen toch sieren een aantal van deze novellen, gemakshalve door Beyer “korte romans” genoemd. Met andere woorden, ook al lijk je technisch niet te voldoen, gewoon toch maar blijven inzenden, want je kunt er de longlist mee halen.
En dat het halen van de longlist relevant is, weten we allemaal. Het is weer een extra manier om aandacht te vragen voor een boek. Zodra de longlist bekend is zie je in allerlei winkels Libris-tafels uitgedost. Lezers zijn daarmee geholpen, immers vindt nog maar eens het juiste boek in de mêlee van boeken die worden uitgegeven. Hoewel mijn persoonlijke observatie is dat een boek dat door wat voor soort jury dan ook wordt geloofd, niet altijd een boek is dat mij persoonlijk kan bekoren, maar dat terzijde.

Wat ik me echt wel zou aantrekken als uitgevers is de volgende verzuchting van de voorzitster van de jury: “wel moet opnieuw een kritische noot geplaatst worden bij de taak van de uitgever. Nog te vaak kwamen we karig geredigeerde romans tegen en de schrijf- en typfouten blijven een plaag”. Ik vind dat eerlijk gezegd onbestaanbaar.

Als er iets is wat een uitgever moet (laten) doen is het het redigeren van een boek. Hoeveel manuscripten komen er wel niet binnen waarin weliswaar wat goud flonkert, maar die qua opbouw en / of structuur helemaal om moeten? Ik weet uit de eigen praktijk dat er soms zoveel verandert aan een manuscript dat ik werkelijk vind dat de redacteur in kwestie medeauteur is geworden. En als dan de redacteur klaar is en het boek er staat, dan is het toch logisch dat er nog een bureauredacteur doorheen gaat die de grammaticale en stijlfouten er uithaalt?

En als dat blijkbaar al niet gebeurt bij boeken die je inzendt als kandidaat voor een literaire prijs, wat betekent dat dan wel niet voor alle boeken die niet ingezonden zijn? O, uitgevers let op u saeck.

Hans Bousie

Deze site is geregistreerd op wpml.org als een ontwikkelsite. Schakel over naar een productiesite met de sleutel op remove this banner.